• Door leden van Fotoclub de Sluiter weergegeven
  • In tijden dat trouw nog vanzelfsprekend was leefde er eens een man met een ezel - Foto Agnes Kroes
  • Jarenlang had het dier de zakken onverdroten naar de molen gedragen, maar zijn krachten verminderden en hij werd ongeschikt voor 't zware werk - Foto Agnes Kroes
  • Toen bedacht zijn meester hoe 't hem minder duur in de kost zou worden, maar de ezel merkte dat de wind uit de verkeerde hoek woei, hij liep weg en ging naar Bremen; daar dacht hij, kon hij wel stadsmuzikant worden - Foto Jan Neefjes
  • Toen hij een poosje gelopen had, vond hij een jachthond, liggende op de weg, hijgend als één die zich moe heeft gelopen - Foto Jan Neefjes
  • "Nu, wat hap jij naar lucht, Pakaan?" vroeg de ezel. "Ach," zei de hond, "nu ik oud ben en elke dag minder wordt, en ik ook op de jacht niet veel meer waard ben, heeft mijn meester me willen doodslaan; toen ben ik weggelopen, maar waar moet ik nu de kost mee verdienen?" - Foto Flip Knibbe
  • "Weet je wat," zei de ezel, "ik ga naar Bremen om daar stadsmuzikant te worden, ga mee en kom ook bij de muziek - Foto Heidi Boon
  • Ik speel de luit en jij slaat de pauken." Dat vond de hond best, en zo gingen ze verder - Foto Heidi Boon
  • Het duurde niet lang of daar zat een kat op de weg, met een gezicht als drie dagen slecht weer - Foto Herman Beukers
  • "Nu, wat zit jou dwars, arme snorrenbaard?" sprak de ezel. - Foto Herman Beukers
  • "Wie kan nu schik hebben, als 't om je hals gaat," antwoordde de kat, "omdat ik nu op jaren kom en mijn tanden stomp worden en ik liever bij de kachel zit te spinnen, dan rond te jagen naar muizen, heeft de vrouw me willen verdrinken. - Foto Herman Wieten
  • Nu ben ik weggelopen, maar goede raad is duur: waar moet ik heen? - Foto Herman Wieten
  • "Ga jij met ons mee naar Bremen, je bent toch een goeie nachtmuzikant, daar kan je stadsmuzikant worden." - Foto Jan Neefjes
  • Dat vond de kat best en ze liep mee. - Foto Jan Neefjes
  • Daar kwamen de drie weggelopen zondaars langs een hoeve en op de poort zat de huishaan en schreeuwde uit alle macht. - Foto Jolanda Otten
  • "Je kraait dat 't iemand door merg en been gaat," sprak de ezel, "wat scheelt eraan? - Foto Jolanda Otten
  • "Ik had goed weer voorspeld," zei de haan, "omdat 't vandaag Onze Lieve Vrouwendag is, toen ze 't Kerstkindje z'n hemdje gewassen heeft en 't drogen wou; maar nu morgen, met de zondag, gasten komen, heeft de vrouw toch geen medelijden met me en ze wil me morgen in de soep stoppen en vanavond moet ik m'n kop laten afsnijden. Nu kraai ik maar zolang en zo hard als ik kan. - Foto Jan Neefjes
  • "Och kom, domme Roodkop," zei de ezel, "trek liever met ons mee, wij gaan naar Bremen, iets beters dan de dood kun je overal vinden; je hebt een prachtstem en als we samen muziek gaan maken, dan zal dat prachtig klinken." - Foto Kirsten Angelista
  • De haan ging op het voorstel in, en zo togen ze alle vier samen op reis. - Foto Kirsten Angelista
  • Maar in één dag konden ze niet naar Bremen komen, 's Avonds bereikten ze een bos, waar ze wilden overnachten - Foto Jan Neefjes
  • De ezel en de hond gingen liggen aan de voet van een grote boom, de kat ging in de takken, maar de haan vloog in de top, want dat vond hij het veiligst - Foto Jan Neefjes
  • Vóór hij insliep, keek hij nog éénmaal alle vier de windstreken na, en toen meende hij dat hij heel in de verte een lichtje zag branden - Foto Jan Neefjes
  • Hij riep zijn kameraden toe, dat er niet ver vandaar een huisje moest zijn, want hij zag licht - Foto Jan Neefjes
  • De ezel sprak: "Dan moeten we daar nog maar heengaan, want dit is geen beste herberg." - Foto Mieke van Kuijk
  • De hond zei: "een stuk vlees en wat been zou mij ook goeddoen." - Foto Mieke van Kuijk
  • Dus togen ze alle vier in de richting waar het licht vandaan kwam, en het werd helderder, en groter, en eindelijk stonden ze voor een groot rovershuis - Foto Mireille Kerkhoven
  • De ezel, de grootste, ging naar 't raam en keek naar binnen - Foto Mireille Kerkhoven
  • "Wat zie je, Grauwtje?" vroeg de haan. "Wat ik zie?" zei de ezel, "een gedekte tafel zie ik met heerlijk eten en drinken, en er zitten rovers aan en ze smullen. - Foto Jan Neefjes
  • "Dat zou wat voor ons zijn," zei de haan. - Foto Piet Jagtman
  • "Ja ja, waren we er maar," zei de ezel - Foto Piet Jagtman
  • Toen beraadslaagden de dieren, hoe ze het zouden aanleggen om de rovers weg te jagen - Foto Steven Oterdoom
  • Eindelijk vonden ze een middel - Foto Steven Oterdoom
  • De ezel zou met de voorpoten op de vensterbank gaan staan, de hond op de rug van de ezel, de kat bovenop de hond en de haan op de kop van de kat - Foto Jan Neefjes
  • Zo gezegd zo gedaan. Toen ze zo opgesteld waren, gaf de ezel 't teken en ze begonnen: de ezel balkte, de hond blafte, de kat miauwde en de haan kraaide; toen stortten ze zich door het venster in de kamer, zodat de ruiten kletterden. - Foto Jan Neefjes
  • De rovers vlogen bij 't ontzettend geschreeuw overeind, ze dachten niet anders of er kwam een spook naar binnen, en ze vluchtten in grote angst het bos in - Foto Jos Koedooder
  • Nu gingen de vier reizigers aan tafel, namen de rest van de maaltijd voor lief, en aten alsof ze in geen vier weken eten zouden krijgen - Foto Jos Koedooder
  • Toen de vier muzikanten klaar waren, deden ze de lichten uit en zochten ieder een geschikte slaapplaats - Foto Jan Neefjes
  • De ezel ging op de mest liggen, de hond achter de deur, de kat in de haard op de warme as, en de haan op de hanenbalken; ze waren heel moe van hun lange tocht en sliepen dadelijk in - Foto Jan Neefjes
  • Einde!